• Hoeven
  • Oud Gastel
  • Bosschenhoofd
  • Basiliek Oudenbosch
  • Paulus Oudenbosch
  • Basiliek Oudenbosch
  • Oud Gastel
  • Bosschenhoofd
  • Stampersgat
 
 




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

10e zondag door het jaar

zondag 10 juni 2018

Goedheid aan de macht

Bezinning bij de lezingen

Broers en zusters zijn van Jezus: dat is gaan staan in zijn droom van een hemel op aarde. Het is jezelf inzetten voor vrede, voor welzijn en voor gerechtigheid. Aan Hem verwant zijn: dat is opkomen voor wie wordt verdrukt; dat is rust noch duur hebben, omdat anderen niet tot hun recht kunnen komen. Het is: durven te vergeven, zelfs bidden voor je vijanden.

Bij Hem horen, dat is: ruimte geven aan mensen, hen alle goeds gunnen, niet uit zijn op eigen gewin, maar handen zijn voor wie is onthand, voeten voor wie niet uit de voeten kan. De wil van de Vader doen, dat is: goedheid alle kansen geven, niemand in ongenade laten vallen. Integendeel: elkaar opbeuren tot echt menszijn.

Gek eigenlijk, dat je om goed te zijn een beetje gek moet zijn!

Auteur: pater Wim Holterman osfs

 

Eerste lezing

Genesis 3, 9-15

Nadat Adam van de boom gegeten had, riep de Heer God de mens en vroeg hem: ‘Waar zijt gij?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde uw donder in de tuin en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen’. Maar Hij zei: ‘Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten’. Daarop vroeg de Heer God aan de vrouw: ‘Hoe hebt gij dat kunnen doen?’ De vrouw zei: ‘De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten’. De Heer God zei toen tot de slang: ‘Omdat ge dit gedaan hebt zijt gij vervloekt onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten. Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven. Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel.’

 

Epistellezing

2 Korinthe 4, 13 – 5, 1

Broeders en zusters, wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt: ‘Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken’. Ook wij geloven en daarom spreken wij. Want wij weten dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken om ons tot zich te voeren, samen met u. Want alles gebeurt voor u: de genade moet zich in velen vermenigvuldigen zodat steeds meer mensen dank brengen aan God, tot eer van zijn naam. Neen, wij geven de moed niet op. AI gaan wij ook ten onder naar de uitwendige mens, ons innerlijk leven vernieuwt zich van dag tot dag. De lichte kwelling van een ogenblik bezorgt ons een alles overtreffende, altijddurende volheid van glorie. Wij houden het oog gericht niet op het onzichtbare maar op het zichtbare; wat wij zien gaat voorbij, de onzichtbare dingen duren eeuwig. Wij weten het immers: als de tent die onze aardse woning is wordt neergehaald, heeft God voor ons een gebouw gereed in de hemel, een onvergankelijk, niet door mensenhand vervaardigd huis.

 

Evangelielezing

Marcus 3, 20-35

In die tijd ging Jezus naar huis en weer stroomde zoveel volk samen dat zij niet eens gelegenheid hadden om te eten. Toen zijn verwanten dit hoorden trokken zij erop uit om Hem mee te nemen, want men zei dat Hij niet meer bij zijn verstand was. De Schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren zeiden dat Beëlzebub in Hem huisde en dat Hij door middel van de vorst der duivels de duivels uitdreef. Hij riep hen bij zich en sprak tot hen in gelijkenissen: ‘Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven? Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is kan dat rijk geen stand houden. Wanneer een huis innerlijk verdeeld is zal dat huis geen stand kunnen houden. En wanneer de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is, kan hij geen stand houden, maar is zijn einde gekomen. Bovendien, niemand kan binnendringen in het huis van een sterke om zijn huisraad te roven als hij niet eerst die sterke heeft gebonden. Dan pas kan hij zijn huis leeghalen. Voorwaar, Ik zeg u alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden, ook alle godslasteringen die zij uitgesproken hebben, maar als iemand lastert tegen de heilige Geest krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis; hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.’ Dit omdat zij gezegd hadden: er huist een onreine geest in Hem. Eens kwamen zijn moeder en zijn broeders, en terwijl zij buiten bleven staan, stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen. Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf: ‘Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U’. Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders?’ En terwijl Hij zijn blik liet gaan over de mensen die in een kring om Hem heen zaten zei Hij: ‘Ziehier mijn moeder en mijn broeders. Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil van God volbrengen.’

 

 

God in fragmenten

1 Koningen 17, 17-24

Gezien worden


 

Postbus 174, 4730 AD Oudenbosch • Markt 59, 4731 HN Oudenbosch • (0165) 330 502 • info@bernardusparochie.nl      Website gerealiseerd door iMoose