• Hoeven
  • Oud Gastel
  • Bosschenhoofd
  • Basiliek Oudenbosch
  • Basiliek Oudenbosch
  • Oud Gastel
  • Bosschenhoofd
 
 




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

Dodenherdenking 2018

Ingetogen 4 mei herdenking.

gepubliceerd: zondag, 6 mei 2018

In een stemmige en ingetogen her­den­king wer­den de Oudenbossche doden gevallen door oorlogs­ge­weld her­dacht. Dit jaar werd ingespeeld op het lan­de­lijk thema: Verzet. In de oecu­me­nische gebeds­dienst die werd opge­luis­terd door het Ouden­bosch mannen­koor en het West-Brabants gemengd koor wer­den enkele verzets­ver­halen ver­teld.

Weth­ou­der Jan Mollen sprak bij het monu­ment aan de Julianalaan en memoreerde dat verzetsda­den vaak heroïsch klinken maar in feite veel gevolgen had voor mensen die betrokken waren. Jon­ge­ren van de scou­ting leg­den kransen en bloemen namens de gemeente Halder­berge, het Oranjecomité en de plaat­se­lijke kerken, terwijl de Oudenbossche Harmonie enkele koralen ten gehore bracht.

Deze verzets­ver­halen willen we u niet ont­hou­den.

Verzet in Ouden­bosch

Eduard de Leeuw: verraad en vlucht

In 1944 kwam ik in contact met Sjef Adriaansen. Hij was bij de marechaussee en in 1942 via Zwitserland naar Engeland gegaan. Daar was hij getraind als radio­telegrafist voor het Bureau Inlich­tingen. Begin 1944 landde hij in West-Brabant. In Ouden­bosch had hij een zend­a­dres bij mijn goede vriend Theo Daniels, die hem met mij in contact bracht. Het was moei­lijk voor Sjef om alle doelen te vin­den om te laten bombarderen. Daarom wilde hij met de onder­grondse in contact komen. Onder mijn trouwe klanten­kring was een winkelierster, van wie de man op het vlieg­veld in Gilze-Rijen werkte. Hij heeft ver­schil­lende teke­ningen gemaakt van het vlieg­veld met de plaatsen waar bommen en benzine lagen opge­slagen. Sjef heeft dat doorgeseind naar Engeland, waarna het vlieg­veld ver­schil­lende keren is gebombar­deerd. Een paar dagen voor D-day heeft hij ook het grens­sta­tion Roosendaal laten bombarderen, waardoor het trein­ver­keer naar Frank­rijk stil kwam te liggen op het moment dat de Duitsers het nodig had­den om extra troepen naar Normandië te sturen. Een Neder­lander, die voor Crisis Controle Dienst werkte heeft ons aan de Duitsers verra­den. Op een vrij­dag­mor­gen om 9.00 uur werd Sjef door de Gestapo opgepakt in de pastorie in Hoeven. Hij wilde juist gaan zen­den vanuit de kamer van kape­laan Alfred Verhagen. Die werd ook mee­ge­no­men. Een paar dagen later, op dins­dag­mor­gen, werd Theo Daniels door de Gestapo van zijn bed gelicht. Terwijl de Gestapo bij Daniels was, werd er bij ons aan de voordeur gebeld. Ik ging kijken en daar lag een briefje onder de deur: ‘Eduard verdwijn, de Gestapo is bij Daniels’. Ik liet het aan mijn vader zien, pakte wat kleren bij elkaar, zei: ‘Ik zie je wel na de oorlog’, en verdween. Zeven leden van mijn groep zijn op 5 sep­tem­ber, Dolle Dins­dag, in het con­cen­tratie­kamp Vught gefusilleerd, onder hen Sjef Adriaansen en kape­laan Verhagen. Een politieman is net als ik op tijd gewaar­schuwd. Theo Daniels heeft het con­cen­tratie­kamp Sobíbor (Oost-Polen) overleefd. Hij werd bevrijd door de Russen.

Gerardus Vermolen: drukker van het illegale dag­blad Trouw

Het was onder de rook van de Basiliek dat Gerardus Vermolen begin 1943 bezoek kreeg van Dick Ouwer­kerk, een van de figuren achter het onder­grondse Trouw die in juni 1944 in Vught door de Duitsers wer­den gefusilleerd. ‘Met de uitgave van de Oudenbossche Courant was ik allang gestopt. Ik kreeg daarvoor geen papier meer, omdat ik niet wilde drukken wat de bezetters er graag in wil­den hebben. Het verzoek van Dick Ouwer­kerk om Trouw te gaan vervaar­digen kwam op een moment dat ik er juist over liep te denken iets voor de goede zaak te gaan doen. Ik heb meteen mijn mede­wer­king toegezegd. Mijn drie personeelsle­den – Kees van Oosterhout, Lau­ren­tius Wagemakers en Henri Verschuren – waren er ook dade­lijk voor te vin­den. Kort daarop begon het. Om een uur of acht ’s avonds gingen we dan drukken. Dat deden we op een Johannes­berger stopcylinderpers uit 1902, alles met de hand. De gedrukte kranten wer­den opgehaald door Wim Bezemer, een kaas­hande­laar uit Breda. Hij ver­voerde de kranten door Zeeland in een bestelautootje dat, om herken­ning te voor­ko­men, regel­ma­tig werd overgespoten. De ene keer was het geel, dan blauw en dan weer zwart. De overige kranten wer­den per bakfiets naar het station in Ouden­bosch gebracht en van­daar per trein naar allerlei bestem­mingen in Brabant ver­voerd. Diverse conducteurs zaten in het complot. De kranten waren verpakt in grauw papier met daarop een etiket met het opschrift ‘Geheime stukken Neder­landsche Spoorwegen’. Het was achteraf gezien inder­daad nogal gewaagd, maar daarbij stond je eigen­lijk niet stil. Je wist niet wat oorlog was. Gelukkig is het goed gegaan. Degenen die op de hoogte waren van wat zich in de drukkerij afspeelde had­den een wacht­woord, dat bij allerlei gelegen­he­den moest wor­den gebruikt: Hou en Trouw! Op een ochtend kwam een Duitse generaal met twee officieren onze drukkerij binnenstappen. Het zetsel van Trouw lag er nog. De pakken met ingepakte kranten ston­den in het gangetje bij de poort gereed om te wor­den opgehaald. De Duitse officieren keur­den die pakken geen blik waar­dig. Ze kwamen in­for­meren of ik een krant kon drukken voor de Duitsers in Ouden­bosch. Ik hield me van de domme. Ik was maar een klein drukkertje en beschikte daarvoor niet over het ma­te­ri­aal. Ja, dat zagen ze. Ze salueer­den en vertrokken. Ze zou­den elders een bedrijf opzoeken dat wel over moge­lijk­he­den beschikte.’ De ac­ti­vi­teiten van drukkerij Vermolen voor het illegale Trouw ein­dig­den kort na D-day. Het werd toen te gevaar­lijk. Drukkerij Broese en Peere­boom in Breda nam de fakkel over.

Ruud Corbey: onderduikers in huis

De Short Stirling bommen­wer­per MK IV, LJ 594, maakte deel uit van een formatie van 15 die op weg was naar de drop­ping-zone bij Arnhem. ‘Als we de formatie niet verlaten had­den, dan waren we ook niet direct het mik­punt van het luchtafweergeschut gewor­den. We had­den echter geen keus, Bij het passeren van Moer­dijk week ons toestel uit in zui­dooste­lijke rich­ting. Het toestel werd geraakt door Duits luchtafweergeschut. Boven Bosschen­hoofd ein­digde de noodlan­ding’. Kape­laan Lazeroms uit Bosschen­hoofd was het waar­schijn­lijk die Kempton en boord­telegrafist Bridgeman op zijn fiets het bos mee ingenomen heeft. ‘Daar zijn we gebleven tot het hoofd van de politie en twee motoragenten ons zijn komen ophalen. We hebben die eerste nacht door­ge­bracht op het bureau van Ouden­bosch. De volgende dag zijn we naar het huis van de familie Corbey gebracht.’ Ruud Corbey was des­tijds veearts en had al eerder een onderduiker in huis gehad. ‘Toen ik het verzoek kreeg om twee man te her­bergen moest ik dat na­tuur­lijk eerst met mijn vrouw overleggen. We had­den twee piep­jonge kin­de­ren en daar heb je ook reke­ning mee te hou­den. We waren er snel over eens dat we hulp moesten bie­den. We zou­den het echter voor het personeel geheim hou­den.’ De Britten had­den boven een kamer en in geval van onraad moesten ze onderduiken. Niemand buiten timmerman Bedaf en de betrok­ke­nen was op de hoogte van het plaatsje tussen souterrain en trap. De Britten moesten zich doodstil hou­den. Ze had­den uit­zicht over het kerkhof en het Heilig Hart­beeld. Drie beman­ningsle­den van de Stirling vielen in han­den van de Duitsers. De overigen wer­den door de politie van Ouden­bosch in samen­wer­king met geor­ga­ni­seerde burgers uit het verzet in vei­lig­heid gebracht. Na een onderduik­pe­rio­de wer­den ze in ‘geleende’ marechaussee-uniformen dwars door de Duitse linies naar Breda gebracht. Na de be­vrij­ding van de stad in ok­to­ber 1944 wer­den ze naar Antwerpen gebracht en ver­vol­gens overgevlogen naar Engeland.

 






 

Postbus 174, 4730 AD Oudenbosch • Markt 59, 4731 HN Oudenbosch • (0165) 330 502 • info@bernardusparochie.nl      Website gerealiseerd door iMoose